storen

werkw.
Uitspraak:  [ˈstorə(n)]
Vervoegingen:  stoorde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestoord (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (iemand) op een vervelende manier onderbreken bij zijn of haar bezigheden
Voorbeelden:  `Tijdens ons werk werden we gestoord door brandalarm.`,
`Mag ik je even storen?`
Synoniem:  lastigvallen

2) (van radio of tv) een slecht geluid of beeld geven telecommunicatie
Voorbeeld:  `Als er te veel apparaten aanstaan, stoort de televisie.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afleiden hinderen onmogelijk maken

Intensiveringen
Uitdrukkingen die storen betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
ergens tussendoor komen fietsen;

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik stoorde, heb gestoord), hinderen, verhinderen, beletten, belemmeren, afbreken, stremmen; ve...
  2. iemand hinderlijk onderbreken bij zijn bezigheden vb: die muziek stoort me, ik kan me niet concentreren de normale werking ervan onderbreken of slechter maken vb: de wasm...
  3. 1) Aflegging 2) Afleiden 3) Belemmeren 4) Beletten 5) De aandacht vestigen 6) Derangeren 7) Eindigen 8) Hinderen 9) Hinderlijk onderbreken 10) In beroering brengen 11) Kr...
  4. hinderen Jaar van herkomst: 1260-1280 (CG II 1 Wrake R. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met storen:
storen aanstorend

Deze woorden eindigen op storen:
verkeerstorenrestorentransistorenveldeffecttransistorenverstoren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. storen (geuren)
  2. storen (hinderen)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `storen` kennen.