storen

werkw.
Uitspraak:  [ˈstorə(n)]
Vervoegingen:  stoorde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestoord (volt.deelw.)

1) (iemand) op een vervelende manier onderbreken bij zijn of haar bezigheden
Voorbeelden:  `Tijdens ons werk werden we gestoord door brandalarm.`,
`Mag ik je even storen?`
Synoniem:  lastigvallen

2) (van radio of tv) een slecht geluid of beeld geven telecommunicatie
Voorbeeld:  `Als er te veel apparaten aanstaan, stoort de televisie.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afleiden hinderen onmogelijk maken

Intensiveringen
Uitdrukkingen die storen betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
ergens tussendoor komen fietsen;

3 definities op Encyclo
  • iemand hinderlijk onderbreken bij zijn bezigheden vb: die muziek stoort me, ik kan me niet concentreren de normale werking ervan onderbreken of slechter maken vb: de wasm...
  • hinderen Jaar van herkomst: 1260-1280 (CG II 1 Wrake R. )
  • 1) Aflegging 2) Afleiden 3) Belemmeren 4) Beletten 5) De aandacht vestigen 6) Derangeren 7) Eindigen 8) Hinderen 9) Hinderlijk onderbreken 10) In beroering brengen 11) Kr...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met storen:
    storen aanstorend

    Deze woorden eindigen op storen:
    restorentransistorenveldeffecttransistorenverkeerstorenverstoren

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. storen (geuren)
    2. storen (hinderen)