staan

werkw.
Uitspraak:  [stan]
Vervoegingen:  stond (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestaan (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van personen) de houding hebben van je voeten op de grond en je hoofd bovenaan
Voorbeelden:  `gaan staan om iemand te begroeten`,
`in de keuken staan koken`
Antoniemen:  zitten, liggen

2) (van dingen) zich ergens (rechtop) bevinden
Voorbeelden:  `Mijn fiets staat tegen de boom.`,
`De borden staan in de kast`,
`Ons huis staat naast de supermarkt.`,
`Hoeveel letters staan er op deze regel?`

3) in genoemde toestand zijn
Voorbeelden:  `Het huis staat in brand.`,
`De stoplicht staat op groen.`

4) genoemde indruk wekken
Voorbeelden:  `Die jurk staat je goed.`,
`Dat kun je niet doen, dat staat raar.`

5)
Daar staat me iets van bij.  (daar herinner ik me iets van)

6)
laat staan  (en zeker niet) `Dat is niet correct, laat staan fraai.`

Zie ook:  staand

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ogen onderstel passen poot trappen voet zijn zitten

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo vast staan als een muts met zeven keelbanden (=erg vast staan)
• zijn mannetje kunnen staan (=zich goed kunnen verdedigen)
• voor paal/schut staan (=een blunder begaan voor de ogen van anderen (en schamen))
• voor heter vuren gestaan hebben (=al groter problemen gekend hebben)
• voor de deur staan (=ieder ogenblik kunnen beginnen, komen)
Toon alle 67 spreekwoorden die staan bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met staan een ander begrip versterken?
staande ovatie; waar als ik hier sta
Hoe kun je staan krachtiger uitdrukken?
als één man staan achter; staan als een huis; staan als een standbeeld;

9 definities op Encyclo
  1. rechtstaan Ruimere term: lichamelijke activiteiten naar algemene context Categorie: Lichamelijke Activiteiten > lichamelijke activiteiten naar algemene context.
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [onregelmatig] (ik stond, heb gestaan), overeind zijn, zich overeind houden; niet zitten of liggen; zich bevinden; stil -, zich nie...
  3. het blijven staan van een hond die wild ruikt; zie teekenen 1). Zoo zegt men: een haas staan, het staan van den hond voor een haas; de hond staat muurvast
  4. Spreekwoorden: (1914) Iemand staan, d.w.z. tegen iemand opgewassen zijn; eig. tegen iemand stand houden (vgl. Tuinman II, 146: Hij kan tegen hem staan), veelal in de zegs...
  5. op voeten of poten overeind zijn vb: aan het eind van het concert ging het publiek staan ik sta erop [ik wil per se dat het gebeurt] ik sta achter je [ik verdedig je] het...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met staan:
staan opstaan voorstaandstaandestaande uitdrukkingstaandevoetsstaanplaatsstaanplaatsenstaantribunestaantribunes

Deze woorden eindigen op staan:
aangestaanaanstaanachtergestaanachterstaanafgestaanafstaanbekendgestaanbekendstaanbestaanbijgestaanbijstaanblootgestaandoorstaandrooggestaandroogstaangelijkgestaangereedgestaangestaaningestaanklaargestaan

Herkomst volgens etymologiebank.nl
staan (overeind zijn)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `staan` kennen.