de spraak

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [sprak]

eigenschap dat je kunt spreken
Synoniem:  spraakvermogen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
spraakvermogen taal uitspraak

Spreekwoorden en zegswijzen
• de spraak aanbrengen (=het gesprek op gang brengen)
• de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  1. het kunnen praten vb: na het ongeluk was hij zijn spraak kwijt er is sprake van een loonsverhoging [daar wordt over gesproken] geen sprake van! [dat wil ik niet hebben] o...
  2. Mensen gebruiken geluid vooral om te praten. Verrassend genoeg zijn de basisingrediënten van de menselijke spraak vrij eenvoudig. Zo heb je voor het begrijpen van klinke...
  3. spraakvermogen Ruimere term: psychologische begrippen Categorie: Abstracte Begrippen > psychologische begrippen.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [geen meervoud] vermogen van te spreken; (ook) het spreken; de - missen, stom zijn; taal, taaleigen, tongval; de spraak (het gerucht...
  5. Dit is het vermogen om gedachten, waarnemingen en informatie aan anderen over te dragen door middel van hoorbare gearticuleerde klanken en woorden.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met spraak:
spraakafzienspraakgebrekspraakgebrekenspraakherkenningspraakklankspraakklankenspraakkunstspraakkunstenspraakleerspraakleraarspraakleraarsspraaklerarenspraakmakendspraakstoornissenspraaksynthesespraaktechnologiespraakvermogenspraakverwarringspraakzaamspraakzaamheid
Toon alle woorden die beginnen met spraak

Deze woorden eindigen op spraak:
aanspraakafspraakbeeldspraakinspraakjuryrechtspraaknieuwspraakradiotoespraakopspraakgrootspraakrechtspraakruggespraakbuikspraaktegenspraaktoespraakuitspraakvoorspraakvrijspraak
Toon alle woorden die eindigen op spraak

Herkomst volgens etymologiebank.nl
spraak (vermogen om te spreken; manier van spreken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `spraak` kennen.