de spil

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [spɪl]
Verbuigingen:  spillen (meerv.)

iemand die een centrale rol heeft
Voorbeeld:  `De spil in de miljoenenfraude is een Amsterdamse makelaar.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
as centrale figuur kaapstander middelpunt

15 definities op Encyclo
  1. • [n] : [scheepvaart] kaapstaander. • [f] - [m] : de as rond dewelke iets draait. • [f] - [m] : "overdrachtelijk": de persoon die een centrale plaats inneemt.
  2. Het midden van een wenteltrap ofwel de staander waaraan de treden bevestigd zijn. Ook: kraag of as.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (B.m. en v.) (-len), hengsel, as; pen, pin, staafje (waarop iets draait); [figuurlijk] dit is de - waarop alles draait, het voorwerp...
  4. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 de loodrechte trapboom van een wenteltrap.
  5. Uit `De lagere vaktalen: De molenaarstaal` 1914 ijzeren of houten staven die in het rondsel komen, heeten de spillen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met spil:
spildespildenspilfunctiesspilindexspilindexenspillenspiltspiltrapspiltrappenspilziek

Deze woorden eindigen op spil:
gangspilwindspilboorspilplaspilverspilabortuspilroerspil

Herkomst volgens etymologiebank.nl
spil (as, pen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `spil`.