de snuiter

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  snuiters
Verbuigingen:  snuitertje

1) zonderling

2) werktuig lijkend op een schaar om de verbrande pit van kaarsen af te knijpen (de kaars te snuiten)


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
gabber knakker peer pief poeper prent sinjeur snaak snoeshaan

4 definities op Encyclo
  1. 1) Ademhalingsapparaat 2) Belhamel 3) Buitenbeentje 4) Gaapsnaas 5) Gabber 6) Gast 7) Gereedschap 8) Gezel 9) Grappenmaker 10) Hulpmiddel om verbrande kaarsenpit af te kn...
  2. Schaartje voor het afknippen van een kaarslont. Aan een van de messen zit een opvangdoosje, waarin de afgeknipte lont valt.
  3. Spreekwoorden: (1914) Een (vreemde, rare, brutale) snuiter, d.i. een snoeshaan, een kwibus, een kwant, grappenmaker; een rare snijer (fri. in rare, frjemde snijer); vgl. ...
  4. kwant Jaar van herkomst: 1872 (GVD )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met snuiter:
snuiters

Herkomst volgens etymologiebank.nl
snuiter (instrument voor het bijknippen en doven van kaarsenpitten; zonderling)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `snuiter`.