slopen

werkw.
Uitspraak:  [ˈslopə(n)]
Vervoegingen:  sloopte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesloopt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (iets) totaal kapotmaken
Voorbeelden:  `gebouwen slopen`,
`auto's slopen`
Synoniem:  afbreken

2) (iemand) doodmoe maken
Voorbeelden:  `Dat zware werk heeft me gesloopt.`,
`De afgelopen week was slopend.`
Synoniem:  uitputten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aantasten afbreken afmatten amoveren breken consumeren demonteren iets afbreken moe maken mollen neerhalen omverhalen ruineren uit elkaar halen uitputten verbruiken vermoeien vernielen vernietigen verorberen verteren verwoesten

7 definities op Encyclo
  1. het niet overeind laten staan, uit elkaar halen vb: ze hebben de oude schuur gesloopt Synoniem: afbreken Tegenstellingen: bouwen opbouwen construeren
  2. Ook: amoveren, ontmantelen, saneren, afbreken, demonteren. Het afbreken van een bouwwerk of een gedeelte daarvan wanneer de constructieve, maatschappelijke of economische...
  3. [ bouwkundige termen]
  4. •een structuur ontmantelen, afbreken. •fysiek uitputten.
  5. 1) Aantasten 2) Afbreken 3) Afmatten 4) Amoveren 5) Beddengoed 6) Bederven 7) Breken 8) Consumeren 9) Demonteren 10) Iets mollen 11) Met de grond gelijk maken 12) Moeren ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met slopen:
slopend

Deze woorden eindigen op slopen:
aangeslopenbeslopenbinnengeslopeningeslopenkussenslopenlangslopenloslopenmislopenweggeslopen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
slopen (afbreken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `slopen` kennen.