shampooën

werkw.
Afbreekpatroon:  'sham - poo - en
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  shampoode (verl.tijd )
Vervoegingen:  geshampood (volt.deelw.)

schoonwassen met shampoo
Voorbeeld:  `de haren shampooën met een anti-roosmiddel`


Synoniemen
shamponeren

Taaladvies
Schrijf je de verleden tijd van shampooën als shampodeofals shampoode? Zie Shampode / shampoode

1 definitie op Encyclo
  • 1) Hoofdhaar en hoofdhuid met shampoo wassen 2) Shamponeren
  • Toon uitgebreidere definities