het servet

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [sɛrˈvɛt]
Verbuigingen:  servetten (meerv.)

kleine doek of stuk papier dat je bij het eten gebruikt
Voorbeelden:  `een servet op je schoot leggen`,
`met een servet je mond afvegen`,
`papieren servetjes`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
vingerdoekje vingerservetje

Spreekwoorden en zegswijzen
• tussen servet en tafellaken zijn (=niet bij de kleintjes maar ook niet bij de groten horen)
• te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken. (=geen kind meer, maar nog te jong voor volwassen zaken.)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  1. een te klein zeil in verhouding tot het schip.
  2. doekje waarmee je tijdens het eten je kleding beschermt vb: Nino veegde zijn mond af met het servet
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-ten), mond-, vingerdoek (om zich af te vegen); tafeldoek minder groot dan een tafellaken. ~GOED, o. [geen meervoud] lijnwaad tot s...
  4. Een doekje om mond en handen mee schoon te maken na of tijdens het dineren.
  5. •een doek die men aan tafel gebruikt om de mond en vingers af te vegen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met servet:
servethouderservetringservetringenservetten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
servet (tafeldoekje)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 92% van de Vlamingen het woord `servet`.