• zo gesloten als een oester (mossel) (=hij zegt weinig en laat niets los) • voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee) • roep geen mosselen voordat ze aan de wal zijn (=verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is) • op ieder potje past wel een dekseltje (=voor iedereen bestaat er een geschikte levenspartner) • mossel noch vis (=noch het een noch het ander - goed noch slecht) Toon alle 12 spreekwoorden die sel bevatten
5 definities op Encyclo
[Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] zal