schromen

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxromə(n)]
Vervoegingen:  schroomde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschroomd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

niet schromen om...  (zonder aarzelen (iets doen wat je eigenlijk niet goed durft)) `Schroom niet om vragen te stellen als je het niet begrijpt.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aarzelen duchten vrezen

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: (B. SCHROOMEN), [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik schroomde, heb geschroomd), vreezen, beangst zijn. *...MIG, [bijvoegel...
  2. •zich niet op zijn gemak voelen om iets te doen. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  3. 1) Aarzelen 2) Al vechtende wijken 3) Besluiteloosheid 4) Duchten 5) Ruggelen 6) Uit schroom zich weerhouden 7) Vrezen
  4. woord uit 1812, uitleg bij teksten van E.J. Potgieter (1808 - 1875) aarzelen, nauwlijks durven.
  5. aarzelen Jaar van herkomst: 1357 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schromen (aarzelen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 78% van de Vlamingen het woord `schromen`.