de schrik

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [sxrɪk]

plotseling kort hevig gevoel van grote onrust of angst
Synoniem:  schok
met de schrik vrijkomen  (geen verwondingen of schade oplopen bij een ongeluk)
schrik hebben van  (bang zijn voor)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afkeer angst boeman ontsteltenis verbijstering

Taaladvies
Schrik hebben / bang zijn: Is schrik hebben correct?

Intensiveringen
Hoe kun je schrik krachtiger uitdrukken?
verstijfd van schrik
Uitdrukkingen die schrik betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
wit om de neus;

5 definities op Encyclo
  1. verouderde en ongebruikelijke term voor een anker van een houtvlot. Bron: J. Boekenoogen, Zaanse volkstaal.
  2. plotselinge angst of geschoktheid vb: hij beefde van schrik toen de bom ontplofte de schrik zit hem nog in de benen [hij is nog niet over zijn angst heen] de schrik sloeg...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-ken), plotselinge -, hevige gemoedsaandoening (door eene oorzaak van buiten); ontsteltenis, ontroering; een - ontwaren, gevoelen, ...
  4. •het ervaren van een gevoel van angst als gevolg van een plotselinge verandering.
  5. 1) Afkeer 2) Alarm 3) Angst 4) Angstgevoel 5) Benauwdheid 6) Bevanging 7) Bever 8) Boeman 9) Heel erg 10) Ijzing 11) Ontroering 12) Ontsteltenis 13) Ontzetting 14) Plotse...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schrik:
schrik afschrik opschrik terugschrikbarendschrikbeeldschrikbewindschrikdraadschrikkeldagschrikkeldagenschrikkelenschrikkeljaarschrikkeljarenschrikkelsecondeschrikkelsecondenschrikkelsecondesschrikkenschrikkerigschrikteschrikverwekkendschrikwekkend
Toon alle woorden die beginnen met schrik

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schrik

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `schrik`.