scheren

werkw.Toon alle vervoegingen
Uitspraak:  [ˈsxerə(n)]

1) snel vlak langs of over iets vliegen
Vervoegingen:  scheerde (verl.tijd enkelv.) heeft gescheerd (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `De zwaluwen scheren over het water.`

2) haar vlak langs de huid afsnijden
Vervoegingen:  schoor (verl.tijd enkelv.) heeft geschoren (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `je oksels scheren`,
`Hij heeft zich al twee weken niet geschoren, maar een baard kun je het nog niet noemen.`,
`schapen scheren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afknippen ergernis maaien pesterij schieten snoei trimmen

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn schaapjes scheren (=er de winst uithalen)
• de schapen scheren (=gemakkelijk grote winsten maken)
• alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
Naar de spreekwoorden

14 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [ongelijkvloeiend] (ik schoor, heb geschoren), haar -, wol afnemen (met een scherp werktuig); afbijten, afkn...
  2. VOC - Zeilen en tuigage: het door blokken voeren van de loper.
  3. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 een touw scheren: op 't katrol schikken en spannen om er een gewicht aan op te hijschen.
  4. Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 een touw: spannen.
  5. Uit `De lagere vaktalen: De spinners-en weverstaal` 1914 de keten gereed maken: de verschillige draden waaruit het geweefsel bestaan zal, bijeen verzamelen, gereed om op ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met scheren:
scherenkustscherenkusten

Deze woorden eindigen op scheren:
afscherenwegscherengekscheren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. scheren (baard afsnijden)
  2. scheren (bespotten)
  3. scheren (ordenen, ketting inscheren)
  4. scheren (plantje)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `scheren` kennen.