het schap

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [sxɑp]
Verbuigingen:  schap|pen (meerv.)

plank om iets op te zetten, vooral in een winkel

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
plank

Spreekwoorden en zegswijzen
• er gaan veel makke schapen in een hok (=met inschikkelijke mensen is meer mogelijk)
• de schapen van de bokken scheiden (=het goede van het slechte scheiden)
• de schapen scheren (=gemakkelijk grote winsten maken)
• de bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. Een stellage om iets op te zetten. scharnierkap Ook: klapdak, klapkap. Een kapconstructie waarbij de hellende delen aan de nok scharnieren. Het gehele dak vouwt zich als ...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-pen), plank, [bijvoorbeeld] van eene boekenkast).
  3. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 een houten stellage om iets op te zetten.
  4. plank Jaar van herkomst: 1433 (MNW )
  5. •plank om iets op te zetten.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schap:
schapenschapendoesschapenfoetusschapenfokkerijenschapenluisvliegschapensmeerschapenvleesschapenzuringschappelijkschappelijkheidschappen

Deze woorden eindigen op schap:
agentschapballingschapbedrijfschapbeterschapblijdschapbondgenootschapboodschapbroederschapbuurtschapdronkenschapduinlandschapeigenschapgemeenschapgenootschapgereedschapgeslachtsgemeenschapgevangenschapgezelschapgraafschapkampioenschap

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schap (legplank)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `schap`.