schaden

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxadə(n)]
Vervoegingen:  schaadde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschaad (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

nadeel bezorgen of schade toebrengen aan (iemand of iets)
Voorbeeld:  `Massatoerisme schaadt het milieu.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aantasten afbreuk doen aan benadelen beschadigen bezeren blesseren duperen kwaad doen kwetsen nadelig zijn nadetoebrengen schaberokkenen schade berokkenen schade toebrengen aan verwonden

4 definities op Encyclo
  1. [Vergeten woorden] (st. schied, heeft geschaden) opbrengen, opleveren [= Westfaals schåen, ~ schat]
  2. iemand nadeel bezorgen vb: het heeft mij niet geschaad dat mijn vader arbeider was
  3. •iets of iemand schade toebrengen.
  4. 1) Aanranden 2) Aantasten 3) Benadelen 4) Beschadigen 5) Bezeren 6) Blesseren 7) Compromitteren 8) Deren 9) Duperen 10) Kwaad kunnen 11) Kwetsen 12) Laederen 13) Lijden 1...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op schaden:
waterschadenzaakschadenzeeschaden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schaden

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `schaden` kennen.