ruimen

werkw.
Uitspraak:  ['rœymə(n)]
Vervoegingen:  ruimde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft, is geruimd (volt.deelw.)

1) opruimen of uit de weg ruimen
Voorbeelden:  `sneeuw ruimen met een schop`,
`Alle besmette geiten moesten worden geruimd.`,
`de tafel ruimen`

2) leeg- of schoonmaken
Voorbeelden:  `beken en grachten ruimen`,
`septische putten ruimen`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• het veld ruimen (=vertrekken om plaats te maken voor een ander)
• het krijt ruimen (=de strijd opgeven, weggaan)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  • (van de wind). De wind ruimt wanneer hij met de klok mee draait. Tegengesteld aan krimpen.
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Ruimen``] Het ruimen van den wind. Zie Wind
  • •iets leeg- of schoonmaken. •het leegmaken van een graf na een zeker aantal jaren. •de destructie van een veestapel als maatregel bij een uitbraak van besmettelijke...
  • hem met opzet doden vb: ze hebben gedreigd hem uit de weg te ruimen Synoniemen: vermoorden elimineren liquideren het ergens zetten of leggen waar het niet in de weg ligt ...
  • 1) Draaien van de wind 2) Het veranderen van de windrichting met de klok mee 3) In orde brengen 4) Krimpen 5) Ledig maken 6) Ledigen 7) Leegmaken 8) Massaal afmaken 9) Na...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op ruimen:
    afruimenketelruimenkruimenleegruimenontruimenopruimenpruimenpuinruimenscheepsruimensneeuwruimentabakspruimenverruimenzuurpruimen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    ruimen