ruiken

werkw.
Uitspraak:  [ˈrœykə(n)]
Vervoegingen:  rook (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geroken (volt.deelw.)

1) met je neus waarnemen
Dat kan ik toch niet ruiken!  (dat kan ik toch niet weten)

2) een bepaalde geur verspreiden
Voorbeelden:  `naar kaneel ruiken`,
`Het ruikt hier een beetje muf.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
een geur verspreiden een luchtje hebben geuren meuren rieken stinken walmen

Spreekwoorden en zegswijzen
• lont ruiken (=ergens het vermoeden toe hebben / het gevaar tijdig aanvoelen)
• geld ruiken (=merken dat er iets te verdienen is)
• de stal ruiken (=dicht bij huis zijn)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Wat is het best: `Die bloemen rieken heerlijk` of `Die bloemen ruiken heerlijk`? Zie Ruiken / rieken
  2. Kun je zeggen `Ik heb een luchtje ruiken stinken` net zoals je kunt zeggen `Ik heb de aarde voelen trillen`? Zie Iets ruiken stinken


6 definities op Encyclo
  • •geur waarnemen met de neus. •een bepaalde geur verspreiden die met de neus waargenomen kan worden.
  • waarnemen met je neus vb: ik ruik al wat we eten dat kan ik toch niet ruiken! [hoe moet ik dat weten?]
  • 1) Een geur inademen 2) Een geur verspreiden 3) Een geur waarnemen 4) Geur inademen 5) Geur opsporen 6) Geur verspreiden 7) Geuren 8) Gewaarworden 9) Luchten 10) Met de n...
  • aroma vaststellen, zie ook proeven
  • een geur geven of opnemen Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op ruiken:
    alikruikenberuikenbruikengebruikenheidestruikenhergebruikenkoffiestruikenkruikenmisbruikenopgebruikenpruikenstruikenverbruiken

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    ruiken (een geur waarnemen of verspreiden)