het roer

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [rur]
Verbuigingen:  roer|en (meerv.)

stuur van een boot
Voorbeeld:  `aan het roer staan`
het roer omgooien  (het helemaal anders gaan doen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
stuur stuurroer

Spreekwoorden en zegswijzen
• in rep en roer (=in grote opschudding)
• het roer omgooien (=het op een heel andere manier proberen)
• het roer in handen hebben (=leiding geven en door moeilijke tijden heen komen)
• de trom roeren (=veel ophef maken)
• de mond roeren (=van zich laten horen, spreken)
Toon alle 6 spreekwoorden die roer bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met roer een ander begrip versterken?
aan het roer zitten/staan;

24 definities op Encyclo
  1. vijftiende-eeuws handvuurwapen; ook wel vuurroer
  2. Vijftiende-eeuws handvuurwapen; ook wel vuurroer.
  3. P: jachtgeweer. T4: vuurroer, soort kanon.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-en), toestel achter aan een vaartuig en dienende om er de vereischte wending aan te geven; pijp, buis; loop van een schietgeweer; ...
  5. VOC - Scheepsbouw : inrichting aan het achtereind van het schip waarmee dit in de gewenste richting kan worden gestuurd.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met roer:
roer aanroer omroer oproerbakroerbakkenroerbaktroerbakteroerbaktenroerbalansroerbalansenroerbladroercommandoroerderoerdenroerderroerdomproerdompenroereiroereierenroeren
Toon alle woorden die beginnen met roer

Deze woorden eindigen op roer:
beroerbroerhalfbroerontroeroproerrolroerhoogteroerrichtingsroerschoonbroerstiefbroerbakboordroerstuurboordroerverroerachterschoonbroer
Toon alle woorden die eindigen op roer

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. roer (buikloop)
  2. roer (buis, pijp, geweer)
  3. roer (drukte, opwinding)
  4. roer (stok waaraan een lokvogel is gebonden)
  5. roer (stuur van schip)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `roer` kennen.