de roedel

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [`rudəl]
Herkomst:  «Duits
Verbuigingen:  roedels (meerv.)

hechte, met elkaar samenlevende groep lopend wild. (herten, wolven, honden) dierkunde
Voorbeeld:  `een roedel heeft een leider en een duidelijke rangorde`


5 definities op Encyclo
  1. Troep, groep wolven of herten..
  2. [Nederlands] Troep
  3. 1) Dier 2) Groep dieren 3) Groep herten 4) Groep van dieren 5) Groep wolven 6) Hertenfamilie 7) Hertengroep 8) Koppel herten 9) Kudde 10) Kudde herten 11) Kudde wild 12) ...
  4. Roedel is het begrip dat een groep honden, wolven, herten of ook gemzen aanduidt waar een sterke hiërarchie heerst.`` Ieder lid van de roedel weet zijn plaats in de hi