rijgen

werkw.
Uitspraak:  [ˈrɛixə(n)]
Vervoegingen:  reeg (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geregen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (kralen) verbinden met een draad of snoer
Voorbeeld:  `pinda's aan een snoer rijgen voor de vogeltjes`

2) aan elkaar naaien met grote steken
Voorbeeld:  `rijgen voor je gaat stikken`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aaneenrijgen dichtrijgen dichtsnoeren naaien

Spreekwoorden en zegswijzen
• aan zijn snoer rijgen (=tot volgeling maken)
• aan de degen rijgen (=tot (zwaar) verliezer maken)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. Het tijdelijk aan elkaar bevestigen van twee of meer stukken materiaal door middel van lange, losse steken om ze op hun plaats te houden tot ze uiteindelijk worden vastge...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik reeg, heb geregen), voorwerpen die doorboord zijn nevens elkander aan een snoer hechten; ...
  3. • [ov] met een naald een draad ergens doorvoeren.
  4. er een draad doorheen halen vb: Linette rijgt kralen aan een ketting losjes vastnaaien vb: mevrouw Pilkes rijgt het embleem op de jas
  5. 1) Aan een snoer hechten 2) Aaneenrijgen 3) Aanrissen 4) Aanristen 5) Aanritsen 6) Dichtrijgen 7) Dichtsnoeren 8) Driegen 9) Een draad door iets halen 10) Handwerken 11) ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op rijgen:
afkrijgenkrijgenmeekrijgenterugkrijgenverkrijgenaaneenrijgendoorkrijgenherkrijgenloskrijgenbinnenkrijgenaanrijgen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
rijgen (aan een snoer hechten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `rijgen`.