de richting

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈrɪxtɪŋ]
Verbuigingen:  richting|en (meerv.)

1) kant die je opgaat of wilt
Voorbeelden:  `in noordelijke richting vertrekken`,
`richting aangeven met je richtingaanwijzer`,
`Volg de A12 richting Den Haag.`,
`studierichting`,
`De beleidsnota geeft richting aan het milieudebat.`

2) gemeenschappelijke manier van denken
Voorbeeld:  `de politieke richting van een krant`
Synoniem:  stroming

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aansturing denkwijze gezindheid hoek koers stroming

Taaladvies
Richting zee / naar zee: Is de zin We vertrokken richting zee correct of moet het We vertrokken naar zee zijn?

7 definities op Encyclo
  1. (azimuth) - kompasrichting waarin een zonnepaneel wijst. Noord = 0 graden, Oost = 90 graden, Zuid = 180 graden, West = 270 graden.
  2. De richting van een advies bepaalt of een advies positief, neutraal dan wel negatief is over een aandeel.
  3. •de kant op van, in de richting van. •de juiste kant.
  4. de kant waar het heen gaat vb: in welke richting is hij verdwenen? richting aangeven [laten blijken welke kant je op gaat]
  5. 1) Aansturing 2) Beloop 3) De te volgen weg 4) Denkwijze 5) Directie 6) Gezicht 7) Gezindheid 8) Hoek 9) Kant 10) Koers 11) Links 12) Loop 13) Modaliteit 14) Neiging 15) ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met richting:
richtingaanwijzerrichtingaanwijzersrichtingaanwijzerschakelaarrichtingenrichtingsroerrichtingsroerenrichtingzoekerrichtingzoekers

Deze woorden eindigen op richting:
eigenrichtinginrichtingverrichtingoprichtingschootsrichtingquarantaine-inrichtingzweminrichtingrijrichtingontwrichtingslaapkamerinrichtingstudierichtinglevensverrichtinguitrichtingwindrichting

Herkomst volgens etymologiebank.nl
richting (het richten, kant waarheen iem. gaat)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `richting`.