het puzzelstuk

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  puzzelstukken
Verbuigingen:  puzzelstukje

1) een deel van een legpuzzel
Voorbeeld:  `Wij legde een puzzel van 1000 puzzelstukjes.`

2) het materiaal waarmee door passen en meten een groter geheel gemaakt moet worden
Voorbeeld:  `Toch wordt er nóg een fusie op het personeel losgelaten. Eentje die een bedrijf creëert met drie bloedgroepen: Ziggo, UPC en Vodafone. Van die puzzelstukken moet de nieuwe topman, Jeroen Hoencamp van de Britse Vodafone-tak, een telecombedrijf bouwen dat het kan opnemen tegen marktleider KPN.`

3) aanwijzingen waarmee samen een oplossing voor een groter probleem moet worden gevonden
Voorbeeld:  `De rechercheur probeerde alle aanwijzingen als puzzelstukjes aan elkaar te knopen om de moord op te lossen.`


Bron: WikiWoordenboek.