preken

werkw.
Uitspraak:  [ˈprekə(n)]
Vervoegingen:  preekte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gepreekt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

een preek houden tijdens een kerkdienst religie

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
betogen prediken zedenmeesteren

Spreekwoorden en zegswijzen
• voor de ganzen preken (=voor dovemansoren zeggen)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  1. Religieuze voordrachten die deel uitmaken van een kerkdienst. Categorie: Informatievormen > toespraken.
  2. 1) Betogen 2) Een leerrede houden 3) Het geloof verkondigen 4) Iemand met vermaning lastigvallen 5) Leraren 6) Moraliseren 7) Oreren 8) Prediken 9) Redeneren 10) Stichtel...
  3. een toespraak houden over het geloof vb: de priester preekte vandaag over de liefde
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op preken:
aansprekenafsprekenbesprekeninsprekenkwaadsprekenrechtsprekensprekenbuiksprekentegensprekentoesprekenuitsprekenversprekenvrijsprekenweersprekenzedenpreken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
preken = prediken (verkondigen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `preken`.