I praktisch

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ˈprɑktis]

1) als het met de praktijk te maken heeft
Voorbeeld:  `Na elke theorieles volgen praktische opdrachten.`
Antoniem:  theoretisch

2) eenvoudig en doeltreffend
Voorbeeld:  `een praktisch ingerichte keuken`
Antoniem:  onpraktisch
Synoniem:  handig


II praktisch

bijwoord
Uitspraak:  [ˈprɑktis]

bijna helemaal
Voorbeeld:  `We kunnen wel weer naar buiten, want het is praktisch droog.`
Synoniemen:  vrijwel, haast

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bijna bruikbaar Doelmatig Effici efficiënt feitelijk handig in de praktijk nuttig verstandig voordelig vrijwel onpraktisch (antoniem)theoretisch (antoniem)

7 definities op Encyclo
  1. Uitvoerend of een probleem op een eenvoudige manier oplossen.
  2. betrekking hebbend op de toepassing, de uitvoering, de praktijk; volgens het nuchter verstand; doelmatig, bruikbaar; werkelijk, feitelijk
  3. wat met het doen te maken heeft vb: praktisch is hij heel goed, theoretisch niet dat is praktisch niet uitvoerbaar [je kunt het niet doen]
  4. nog net niet helemaal vb: ik ben praktisch klaar met het werk
  5. [Nederlands] handig
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op praktisch:
onpraktisch

Herkomst volgens etymologiebank.nl
praktisch (m.b.t. de toepassing, nuttig)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `praktisch`.