de poort

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [port]
Verbuigingen:  poort|en (meerv.)

1) afsluitbare doorgang in een muur
Voorbeelden:  `stadspoort`,
`fabriekspoort`

2) uitgang van een computer, waarop een ander apparaat kan worden aangesloten technisch
Voorbeeld:  `parallelle poort`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
boog deur doorgang fabriekspoort ingang toegangspoort

Spreekwoorden en zegswijzen
• voor de poorten van de hel weghalen (=uit het grootste gevaar redden)
Naar de spreekwoorden

18 definities op Encyclo
  1. doorgang in een muur vb: we liepen door een poort en kwamen in de tuin iets voor de poorten van de hel wegslepen [op het nippertje redden] de poorten sluiten [het bedrijf...
  2. afsluitbare opening in de scheepswand. Niet alleen een patrijspoort of laadpoort, maar ook (kleine) raampjes worden poort genoemd.
  3. meestal afsluitbare doorgang door een muur of wal van een vestingwerk
  4. Een aansluiting op een apparaat waarop een kabel-kaart kan worden aangesloten. Zo kan informatie worden uitgewisseld met andere apparaten Synonym met: aansluiting, Interf...
  5. Meestal afsluitbare doorgang door een muur of wal van een vestingwerk.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met poort:
poortenpoortwachter

Deze woorden eindigen op poort:
detectiepoortontspoorttolpoortUSB-poortpaspoortseriële poortparallelle poortlogische poortspoortzegepoortstadspoortwaterpoortsterrenpoort

Herkomst volgens etymologiebank.nl
poort (doorgang in een muur)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `poort` kennen.