I de (m)/het plus

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [plʏs]
Verbuigingen:  plus|sen (meerv.)

het teken +
Voorbeeld:  `Op de lijst staat een plusje voor de dingen die je moet meebrengen.`
Antoniem:  min


II plus

bijwoord
Uitspraak:  [plʏs]

1) <na een getal>
meer dan de waarde van dat getal
Voorbeeld:  `een 6 plus krijgen voor een proefwerk`
20+ kaas  (kaas met een vetgehalte boven de 20 procent)

2) <voor een getal>
met de waarde van dat getal boven nul
Voorbeeld:  `gemiddelde temperatuur: plus 5 graden`


III plus

conjunction
Uitspraak:  [plʏs]

<tussen getallen>
tel bij elkaar op
Voorbeeld:  `Zeven plus vier is elf.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
daarbovenop en overschot pluspunt plusteken min (antoniem)minus (antoniem)

11 definities op Encyclo
  1. wat positief is, boven nul vb: het is plus 21 graden Celsius 40+ kaas [met minstens 40 procent vet] 65 plus [65 jaar of ouder]
  2. wat nog over is vb: we hadden een plus van 10.000 euro Synoniemen: rest overblijfsel overschot restant het plusteken vb: je zet een plusje tussen die getallen als je ze w...
  3. Let op: Spelling van 1858 Lat, meer; in de rekenk., de vermeerdering van een getal, in tegenoverstelling van minus, minder. Plus minus, Lat., meer of minder, ongeveer, om...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijwoord] (wisk.) meer, aangeduid door het teken +, positief. ~ MINUS, [bijwoord] min of meer, aangeduid door het teken ±. ~MAKERIJ, ...
  5. •en, daarbij. •rekenkunde
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met plus:
plusminuspluspuntpluspuntenplusquamperfectumplussenplustplusteplustekenplustekensplusten

Deze woorden eindigen op plus:
googleplus

Herkomst volgens etymologiebank.nl
plus (vermeerderd met; rekenteken, gunstig element)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `plus`.