de peiling

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈpɛilɪŋ]
Verbuigingen:  peiling|en (meerv.)

meting, vooral van wat mensen ergens van vinden
Voorbeelden:  `een recente peiling onder de leerlingen`,
`opiniepeiling`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
iemand in de peiling hebben omtrent een idee van diepte van plaats

Spreekwoorden en zegswijzen
• iets of iemand in de peiling hebben (=iets of iemand begrijpen)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  1. De horizontale hoek tussen een referentierichting* en de richting naar het gepeilde punt, positief gerekend in rechtsomgaande zin. Opm: Het begrip peiling wordt voornamel...
  2. Spreekwoorden: (1914) In de peiling (of in peil) hebben (of krijgen) d.w.z. in de gaten hebben of krijgen, zien, bemerken, bevroeden. Vooral bij W. Buning; vgl. B.B. 01: ...
  3. Wanneer je op ruim water buiten de vaargeul een rechte koers vaart kan het gebeuren dat een ander schip een kruisende koers volgt. Door het andere schip te peilen kan je ...
  4. Def.: de hoek ten opzichte van het kompasnoorden, waarin een voorwerp wordt waargenomen. Toelichting: Een peiling uitgedrukt ten opzichte van de lengterichting van het sc...
  5. De hoek ten opzichte van het kompasnoorden, waarin een voorwerp wordt waargenomen. Een peiling uitgedrukt ten opzichte van de lengterichting van het schip is een relatiev...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met peiling:
peilingen

Deze woorden eindigen op peiling:
opiniepeiling

Herkomst volgens etymologiebank.nl
peiling

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `peiling`.