de peiling

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈpɛilɪŋ]
Verbuigingen:  peiling|en (meerv.)

meting, vooral van wat mensen ergens van vinden
Voorbeelden:  `een recente peiling onder de leerlingen`,
`opiniepeiling`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
iemand in de peiling hebben omtrent een idee van diepte van plaats

Spreekwoorden en zegswijzen
• iets of iemand in de peiling hebben (=iets of iemand begrijpen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Schrijf je galluppoll (`methode voor het peilen van de publieke opinie`) met een hoofdletter, of met een kleine letter? Zie galluppoll / Galluppoll
  2. Schrijf je dieptepeilen (= de diepte van het water peilen) met ei of ij? Zie dieptepeilen / dieptepijlen
  3. Schrijf je peilen (`de diepte peilen`, `de markt peilen`, `iemand niet kunnen peilen`) met ei of ij? Zie peilen / pijlen


8 definities op Encyclo
  • Wanneer je op ruim water buiten de vaargeul een rechte koers vaart kan het gebeuren dat een ander schip een kruisende koers volgt. Door het andere schip te peilen kan je ...
  • Def.: de hoek ten opzichte van het kompasnoorden, waarin een voorwerp wordt waargenomen. Toelichting: Een peiling uitgedrukt ten opzichte van de lengterichting van het sc...
  • De hoek ten opzichte van het kompasnoorden, waarin een voorwerp wordt waargenomen. Een peiling uitgedrukt ten opzichte van de lengterichting van het schip is een relatiev...
  • De horizontale hoek tussen een referentierichting* en de richting naar het gepeilde punt, positief gerekend in rechtsomgaande zin. Opm: Het begrip peiling wordt voornamel...
  • Spreekwoorden: (1914) In de peiling (of in peil) hebben (of krijgen) d.w.z. in de gaten hebben of krijgen, zien, bemerken, bevroeden. Vooral bij W. Buning; vgl. B.B. 01: ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met peiling:
    peilingen

    Deze woorden eindigen op peiling:
    opiniepeiling

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    peiling