peilen

werkw.
Uitspraak:  [ˈpɛilə(n)]
Vervoegingen:  peilde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gepeild (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) onderzoeken wat mensen vinden of voelen
Voorbeeld:  `de stemming peilen`

2) meten hoe hoog of diep iets is
Voorbeeld:  `peilstok`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bepalen loden meten opmeten polsen sonderen vademen

4 definities op Encyclo
  1. Het bepalen van de hoek tussen de noordrichting (of de eigen koerslijn) en de richting waarin een object wordt waargenomen. Het bepalen van de waterdiepte onder of naast ...
  2. 1) Afdiepen 2) Aftasten 3) Bepalen 4) De diepte bepalen 5) De diepte meten 6) De diepte opnemen 7) Diepte bepalen 8) Diepte opnemen 9) Doorgronden 10) Doorschouwen 11) Ie...
  3. 1> het verrichten van een meting om de positie van het schip bepalen. 2> met een peilstok of een peillood de diepte van het water bepalen. Vroeger ook diepen genoemd.
  4. kijken hoe diep of hoe hoog iets is vb: we hebben gepeild hoeveel water er in het vat zit onderzoeken wat mensen ergens van vinden vb: we zullen eens peilen of ze met ons...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
peilen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `peilen`.