de panne

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ˈpɑnə]

technisch probleem met een motorvoertuig waardoor je niet verder kunt rijden
Synoniem:  pech

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
pech

Spreekwoorden en zegswijzen
• een pannetje lusten (=een borrel lusten)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Is de zin We zijn weer met onze auto in panne gevallen correct? Zie In panne vallen
  2. Is breakdown correct geschreven? Zie breakdown
  3. Schrijf je averij met ei of ij? Zie averij / averei


4 definities op Encyclo
  • (gedwongen oponthoud door) motorstoring Jaar van herkomst: 1910 (KWT )
  • [slang] balu; kassis; kaulo; panne; shizzle = shit
  • Uit `De lagere vaktalen: De spinners-en weverstaal` 1914 vierkant of langwerpig plaatje ijzer, met vijzen over de onderlooperbosse vastgemaakt, hebbende in 't midden eene...
  • 1) Autopech 2) Brood 3) Fluweel 4) Gedwongen oponthoud door motorstoring 5) Materiaalpech 6) Moterpech 7) Motorpech 8) Motorstoring 9) Ongelukje in de keuken 10) Ongeval ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met panne:
    pannekoekpannenpannenkoekpannenkoekenpannenkoekendagpannenkoekenrestaurantpannenlappannenlappenpannenlikkerpannenlikkerspannensetpannensponspannensponsenpannensponzen

    Deze woorden eindigen op panne:
    spannetijdspannetijdsspanne

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. panne (gedwongen oponthoud)
    2. panne = paan (fluweel)