het ornaat

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ɔr'nat]

in vol ornaat  (in officiële kleding die bij je rol of je functie past) `De bisschop staat in vol ornaat naast de burgemeester.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ambtsgewaad ambtskleden ambtskleed robe toga

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 ambtskleeding, priesterlijk tooisel, opschik. Het kerk-ornaat is het behangen van den altaar en kansel
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. [geen meervoud] ambtgewaad, [inzonderheid] priesterlijk) plegtgewaad. *...NAMENT, *...NEMENT, o. (-en), versiersel, versiering, t...
  3. Liturgische kleding van de geestelijkheid bij grote of feestelijke kerkelijke plechtigheden. In vol ornaat gekleed gaat een bisschop, wanneer hij naast de voor de prieste...
  4. 1) Ambtsgewaad 2) Ambtskleden 3) Ambtskleed 4) Ambtstooi 5) Ambtskleding 6) Ambstgewaad 7) Dos 8) Feesttenue 9) Gewaad 10) Kledij van ambtsdrager 11) Kleding van ambtsdra...
  5. Lat. 'ornatus', uitrusting, sieraad, kleding: feestelijke ambtsdracht van de hoogwaardigheidsbekleders van de christelijke kerken.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
ornaat (ambtsgewaad)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `ornaat`.