optimistisch

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɔpti'mɪstis]

als je met een positieve ingesteldheid door het leven gaat
Voorbeeld:  `Ga je vandaag vijf kilometer hardlopen? Is dat niet een beetje te optimistisch?`
Antoniem:  pessimistisch

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
positief pessimistisch (antoniem)

Intensiveringen
Hoe kun je optimistisch krachtiger uitdrukken?
onverwoestbaar optimistisch
Uitdrukkingen die optimistisch betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
door een roze bril kijken;

4 definities op Encyclo
  1. [Nederlands] Postief ingesteld, uitgaande van een goede afloop
  2. geneigd om alles positief te bekijken vb: ik ben optimistisch over de afloop Tegenstelling: pessimistisch
  3. •van het positieve uitgaand.
  4. 1) Positief 2) Positief ingesteld
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
optimistisch

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `optimistisch`.