oplopen

werkw.
Uitspraak:  ɔplopə(n)]
Vervoegingen:  liep op (verl.tijd enkelv.) Toon alle vervoegingen

1) hoger worden
Vervoegingen:  is opgelopen (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `De kosten zijn flink opgelopen.`,
`oplopende koorts`,
`hoog oplopende ruzie`
Synoniem:  toenemen
De weg loopt hier een beetje op.  (de weg gaat hier omhoog)

2)
Vervoegingen:  is opgelopen (volt.deelw.)
oplopen met  (vergezellen) `een stukje met iemand oplopen`

3) (iets dat je niet wilt) krijgen
Vervoegingen:  heeft opgelopen (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `een verkoudheid oplopen`,
`achterstand oplopen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bestijgen krijgen meelopen opdoen stijgen teruglopen (antoniem)

Taaladvies
Hoog oplopen met / weglopen met / ingenomen zijn met / veel ophebben met: Is hoog oplopen met in de betekenis van '(zeer) ingenomen zijn met' correct?

Intensiveringen
Hoe kun je oplopen krachtiger uitdrukken?
hoog oplopen;

7 definities op Encyclo
  1. Het inhalen en voorbijlopen van een ander vaartuig; zie ook oploper, koerskruiser of tegenligger en vaarregels. Denk er aan dat schepen die naast elkaar varen door de "te...
  2. •"iets ~": lopend naar boven gaan •in getal of hoeveelheid toenemen. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  3. groter of hoger worden vb: mijn schuld is opgelopen tot 1000 gulden Tegenstelling: zakken het krijgen zonder dat je het weet vb: ik heb een vervelende ziekte opgelopen Sy...
  4. Def.: een ander schip inhalen en voorbijvaren Toelichting: Als beide boten over dezelfde boeg liggen, moet de oploper uitwijken voor de langzamere boot.
  5. [Muziek] steeds meer worden, hoger worden
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op oplopen:
vooroplopenoverhooplopen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
oplopen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `oplopen`.