opengaan

werkw.
Uitspraak:  ['opə(n)xan]
Vervoegingen:  ging open (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is opengegaan (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zich (als vanzelf) openen
Voorbeelden:  `De deur gaat niet open, hij klemt.`,
`een bloem die opengaat`
Antoniem:  sluiten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
losgaan ontluiken openen

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Losgaan 2) Ontluiken 3) Ontluiken van bloemen 4) Ontsluiten 5) Openen 6) Opluiken 7) Opwaaien 8) Zich openen 9) Zich van zelf openen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `opengaan`.