de onkel

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  onkels
Verbuigingen:  onkeltje

broer of zwager van iemands vader of moeder
Voorbeeld:  `Tijdens de vakantie helpt die student mee in de winkel van zijn onkel.`


Bron: WikiWoordenboek.

2 definities op Encyclo
  1. familie broer of zwager van iemands vader of moeder.
  2. 1) Familielid 2) Familielid (vlaams) 3) Oom 4) Oom (duits) 5) Oom (z.-n.) 6) Oom (znd.) 7) Oom in vlaams 8) Vlaamse oom
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met onkel:
onkels

Deze woorden eindigen op onkel:
bekonkelfonkelgekonkelkonkelkronkelnonkelranonkelwaterranonkelklimopwaterranonkelvonkel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
onkel (oom)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 58% van de Nederlanders en 41% van de Vlamingen het woord `onkel`.