de notaris

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [noˈtarɪs]
Verbuigingen:  notaris|sen (meerv.)

beroep van iemand die belangrijke zaken opschrijft, zoals een erfenis of de koop van een huis
Voorbeeld:  `notariskantoor`

© Kernerman Dictionaries.

Spelling
Correct gespeld: 'notaris' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Deze woorden beginnen met notaris:
 notarissen

21 definities op Encyclo
I.) openbaar ambtenaaar, bevoegd om authentieke akten te verlijden
II.) Voor het afsluiten van o.a. hypotheekovereenkomsten is volgens de wet tussenkomst van een notaris verplicht. Een notaris is een door de Kroon benoemde openbaar ambtenaar,...
III.) De Notaris wordt doorgaans gekozen door de kopende partij. Deze betaalt immers de kosten koper. Direct nadat u het eens bent geworden over de koopprijs, de datum, de over...
IV.) Een notaris is een openbaar ambtenaar die door de overheid onder meer bevoegd is verklaard om bepaalde officiële stukken (akten), zoals hypotheken en testamenten, op...
V.) Een openbaar ambtenaar die door de overheid onder meer bevoegd is verklaard om bepaalde officiële stukken (akten), zoals hypotheken en testamenten, op te maken. Elke...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `notaris` kennen.

Herkomst volgens etymologiebank.nl
notaris (openbaar ambtenaar)