nog

bijwoord
Uitspraak:  [nɔx]

1) tot nu
Voorbeelden:  `Ben je nog niet naar school?`,
`nog altijd niet getrouwd`

2) <als aanduiding van herhaling>
Voorbeeld:  `nog een keer in het reuzenrad`

3) <als versterking>
Voorbeeld:  `nog duurder dan vorig jaar`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, zei de dove. (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving.)
• van Teeuwes nog Meeuwes weten (=ergens van helemaal geen verstand hebben)
• uitstel is geen afstel. als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen (=)
nog van voor de zondvloed (=al heel oud)
nog te bezien staan (=nog af te wachten zijn)
Toon alle 32 spreekwoorden die nog bevatten

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijwoord] (eene herhaling of voortzetting aanduidende); daarenboven; - eens, een keer meer; tot - toe, tot heden, tot dus verre; - lan...
  2. bijwoord van tijd: tot op dit ogenblik, voortdurend Jaar van herkomst: 1100 (Willeram )
  3. opnieuw vb: wilt u nog thee? Synoniemen: weer wederom tot op dit ogenblik vb: ben je er nog? wat over is vb: er zijn nog drie chocolaatjes
  4. •duidt iets overblijvends aan. •duidt iets toegevoegds aan.
  5. Nederlands oogheelkundig genootschap of gezelschap.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met nog:
noganogalnogmaals

Deze woorden eindigen op nog:
alsnogvooralsnog

Herkomst volgens etymologiebank.nl
nog (tot op dit ogenblik)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `nog`.