de monteur

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [mɔnˈtør]
Verbuigingen:  monteur|s (meerv.)

beroep van iemand die dingen in elkaar zet of repareert
Voorbeeld:  `automonteur`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bestuurder machinist reparateur werktuigkundige

Taaladvies
Technieker / technicus / monteur: Is technieker een correct woord?

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), die iets opmaakt, - opzet, - in orde brengt.
  2. wie apparaten in elkaar zet en repareert vb: de machine doet het niet, er moet een monteur komen
  3. •mecanicien; technieker; mekanieker; installateur.
  4. 1) Autoreparateur 2) Beroep 3) Bestuurder 4) Garageknecht 5) Garagewerker 6) Hersteller 7) Hulp in een garage 8) Iemand die machine in elkaar zet 9) Iemand die monteert 1...
  5. iemand die voor zijn beroep machines, voertuigen of installaties en de onderdelen daarvan maakt, repareert, installeert, monteert of onderhoudt
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met monteur:
monteurs

Deze woorden eindigen op monteur:
elektromonteurautomonteur

Herkomst volgens etymologiebank.nl
monteur (vakman die machines herstelt)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `monteur` kennen.