de monoloog

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [monoˈlox]
Verbuigingen:  mono|logen (meerv.)

tekst die door één persoon wordt uitgesproken
Voorbeeld:  `een lange monoloog houden`
Antoniem:  dialoog

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
alleenspraak dialoog (antoniem)

13 definities op Encyclo
  1. Een alleenspraak
  2. gesprek waarbij één persoon aan het woord is vb: hij hield een lange monoloog en het publiek luisterde Tegenstelling: dialoog
  3. In de dramaturgie een door een van de hoofdpersonen te houden alleenspraak. Dit kan een gemoedsuiting zijn, in feite niet voor andere oren bestemd, maar kan zich ook zeer...
  4. Let op: Spelling van 1858 alleenspraak
  5. Gesprek met jezelf of tegen het publiek. Gesprek door één persoon zonder tegenspeler die replieken moet geven.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op monoloog:
demonoloog

Herkomst volgens etymologiebank.nl
monoloog (alleenspraak)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `monoloog`.