misleiden

werkw.
Uitspraak:  [mɪsˈlɛidə(n)]
Vervoegingen:  misleidde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft misleid (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(iemand) opzettelijk iets laten geloven dat niet klopt
Voorbeeld:  `De samenvatting geeft een misleidend beeld van het rapport.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afzetten bedonderen bedriegen beduvelen belazeren besodemieteren om de tuin leiden op een dwaalspoor zetten oplichten zwendelen

Intensiveringen
Uitdrukkingen die misleiden betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
bij de neus nemen;

4 definities op Encyclo
  1. niet eerlijk zijn vb: hij heeft mij misleid met zijn verhaal Synoniemen: bedriegen belazeren bedonderen
  2. •"iemand ~" iemand in de waan van iets brengen. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  3. 1) Abuseren 2) Afzetten 3) Bedonderen 4) Bedotten 5) Bedriegen 6) Beduvelen 7) Beetnemen 8) Begoochelen 9) Belazeren 10) Benadelen 11) Besodemieteren 12) Blinddoeken 13) ...
  4. [Nederlands] Iemand opzettelijk iets verkeerd laten denken of doen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `misleiden` kennen.