de loper

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈlopər]
Verbuigingen:  loper|s (meerv.)

1) lang kleed in een gang of op een trap
de (rode) loper uitleggen voor  ((iemand) hartelijk verwelkomen)

2) schaakstuk
Synoniem:  raadsheer

3) sleutel die op meer dan één slot past

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
harddraver hardloper jogger kleed moedersleutel raadsheer renner schaats sleutel sprinter wandelaar

11 definities op Encyclo
  1. 1> taliereep, takelloper, runner: touw of staaldraad, dat door een blok loopt, in het bijzonder touw of staaldraad waarmee een takel gevormd wordt. Slechts in een enkel g...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), die loopt; die gaarne loopt; vlugteling; postbode; zwerver, vagebond; (smed.) sleutel die op vele sloten past, keizer; slotops...
  3. VOC - Zeilen en tuigage: touw dat over de schijven van takelblokken is geschoren.
  4. •iemand die loopt: •een sleutel waarmee een hele serie verschillende sloten geopend kunnen worden. •een woord dat weliswaar in elke zin past, maar weinig zegt; pass...
  5. 1) Bankbeambte 2) Bankbediende 3) Beroep 4) Bode 5) Boodschapper 6) Bovenste molensteen 7) Deel van een schaakpartij 8) Deurtje van een duiventil 9) Dier 10) Draaiende mo...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met loper:
lopers

Deze woorden eindigen op loper:
doorloperhardloperhordeloperklaploperkoplopermarathonlopermeeloperslopernaaktloperlandloperboomloperwedstrijdloperrecreatieloperoverloperuitlopervoorloperkaailoperlangeafstandslopersteltloperhoerenloper

Herkomst volgens etymologiebank.nl
loper (iemand die loopt; lang, smal tapijt; soort sleutel; schaakstuk)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `loper` kennen.