het lidwoord

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ˈlɪtwort]
Verbuigingen:  lidwoord|en (meerv.)

woordje dat voor een zelfstandig naamwoord staat taalkunde
Voorbeeld:  `In het Nederlands zijn 'de', 'het' en 'een' lidwoorden.`

© Kernerman Dictionaries.

Spelling
Correct gespeld: 'lidwoord' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en in de spellingwoordenlijst van OpenTaal.

Deze woorden beginnen met lidwoord:
 lidwoorden

Deze woorden eindigen op lidwoord:
 bepaald lidwoord onbepaald lidwoord

10 definities op Encyclo
I.) Er zijn drie lidwoorden: de, het en een. Een lidwoord (of: artikel) staat vóór een zelfstandig naamwoord en drukt daarvan de bepaaldheid uit: de en het zijn...
II.) een woord dat als voorbepaling verbonden wordt met een zelfstandig naamwoord bepaald lidwoord: de en het onbepaald lidwoord: een
III.) • [grammatica] staat voor een zelfstandig naamwoord, geeft de bepaaldheid aan; wordt ook gebruikt om het woordgeslacht aan te geven.
IV.) Staat voor een zelfstandig naamwoord, geeft de bepaaldheid aan, en wordt ook gebruikt om het woordgeslacht aan te geven.
V.) De woordsoort die ertoe dient de bepaaldheid of onbepaaldheid van het substantief te doen uitkomen. Bijvoorbeeld: (bepaald:) `de`, `het`, (onbepaald:) `een`
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `lidwoord` kennen.

Herkomst volgens etymologiebank.nl
lidwoord (artikel)