de kram

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [krɑm]
Verbuigingen:  kram|men (meerv.)

1) speciaal haakje om iets vast te maken
Voorbeeld:  `een wond hechten met krammetjes`

2)
uit je krammen schieten  (plotseling erg boos worden)

© Kernerman Dictionaries.

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-men), ijzeren duim met twee punten; haak; knier (van eene deur of een venster); slotplaat.
  2. Een kram is het beste te omschrijven als een nietje, al is het meestal dan wel een groot uitgevallen nietje. De vorm is dus duidelijk: een recht stuk metaal heeft aan bei...
  3. 1> niet voldoende bekend: mogelijk synoniem voor hommer of krans. 2> klein U-vormig stukje metaal, dat gebruikt wordt om zaken met elkaar te verbinden. O.a. gebruikt voo...
  4. haak in de vorm van een hoefijzer, met puntige uiteinden vb: met een kram was de draad vastgemaakt aan het schot
  5. Hommer
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kram:
kramdekramdenkramenkramerkramerijkramerijenkramerskrampkrampachtigkrampachtigheidkrampenkramt

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kram (bevestigingshaak)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 84% van de Nederlanders en 84% van de Vlamingen het woord `kram`.