de koffer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈkɔfər]
Verbuigingen:  koffer|s (meerv.)

1) soort stevige draagbare doos om bagage in mee te nemen
Voorbeeld:  `je koffers pakken voor de vakantie`

2) ruimte voor bagage achterin je auto
Voorbeeld:  `Beide valiezen liggen nog in de koffer van de wagen.`
Synoniem:  kofferruimte

3)
de koffer in duiken  ((met iemand) vrijen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achterbak bagageruimte handkoffer kofferbak kofferruimte valies

Spreekwoorden en zegswijzen
• hij zal mijn koffer niet kruien (=hem zal ik mijn zaken niet toevertrouwen)
Naar de spreekwoorden

12 definities op Encyclo
  1. soort kazemat, doorgaans aangebracht in de contrescarp, voor het flankeren van een droge gracht
  2. Soort kazemat, doorgaans aangebracht in de contrescarp, voor het flankeren van een droge gracht. Contrescarpgalerij (betekenis 1) met dubbele contrescarpkoffer.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), reiskist. ~DEKSEL, o. (-s). ~EN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik kofferde, heb gekofferd), in een koffer pakken. ~...
  4. •een draagbare bergruimte waarin spullen kunnen worden meegenomen tijdens het reizen.
  5. stevige doos met handvat voor op reis vb: wanneer pakken we onze koffers uit? ik duik de koffer in [ik ga slapen]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met koffer:
kofferbakkofferbakkenkofferdekofferdenkofferlabelkofferruimtekofferskoffertkofferwoord

Deze woorden eindigen op koffer:
hutkofferplofkoffer

Herkomst volgens etymologiebank.nl
koffer (stevige reistas; laadruimte in een personenauto)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `koffer` kennen.