knopen

werkw.
Uitspraak:  [ˈknopə(n)]
Vervoegingen:  knoopte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geknoopt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

met een knoop vastmaken
Voorbeelden:  `leren hoe je de veters van je schoenen moet knopen`,
`twee touwtjes aan elkaar knopen`
Synoniem:  vastknopen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan elkaar binden aan elkaar knopen bevestigen binden knevelen samenknopen strikken vastbinden vastknopen vastmaken verbinden

Spreekwoorden en zegswijzen
• in de oren knopen (=goed onthouden)
• iets in het oor knopen (=iets goed onthouden)
• iets achter de knopen hebben (=iets is volbracht of voltooid)
• geen touw aan vast te knopen (=totaal onbegrijpelijk)
• er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
Toon alle 8 spreekwoorden die knopen bevatten

11 definities op Encyclo
  1. •een vastzittende lus in een koord, draad of touw maken.
  2. Punten van een staande golf waar de uitwijking nul is.
  3. Bij planten het aanhechtingspunt van het blad.
  4. Synoniem: Ties (Eng) Van een knoop (het Engelse tie betekent binding) is sprake, als over de rangorde van twee of meer uitkomsten niet kan worden beslist. In dat geval k...
  5. 1) Aan elkaar binden 2) Bevestigen 3) Binden 4) Breien 5) Dichtmaken met een knoop 6) Een knoop leggen 7) Een veter strikken 8) Haken 9) Handwerk 10) Handwerken 11) Handw...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met knopen:
knopenlijn

Deze woorden eindigen op knopen:
aanknopenmanchetknopenverknopenvastknopenaaneenknopendichtknopenzemelknopenzeemansknopen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
knopen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `knopen`.