de knik

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [knɪk]
Verbuigingen:  knik|ken (meerv.)

1) grote verandering van richting
Voorbeelden:  `een knik in de weg`,
`een scherpe knik maken`,
`Er zit een knik in de tuinslag en daarom doet de sproeier het niet.`

2) gebaar waarbij je kort met je hoofd op en neer gaat
Voorbeeld:  `De dokter gaf een knikje dat ik binnen kon komen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
barst breuk haag knak strubbeling

6 definities op Encyclo
  1. Knikklei.
  2. scherpe bocht waaraan je kunt zien dat het gebroken is vb: er zat een knik in het karton gebaar met je hoofd waarmee je ja zegt, of waarmee je groet vb: zijn knik beteken...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-ken), zie KNAK. ~, wenk, hoofdbuiging (bewijs van toestemming, groet; tegenspoed. ~KEBEENEN, ow. [gelijkvloeiend] (ik knikkebeende...
  4. 1) Barst 2) Begroeting 3) Beschadiging in een kabel 4) Beschadiging in een slang 5) Beschadiging in een snoer 6) Bocht 7) Breuk 8) Buiging 9) Buiging van het hoofd 10) Di...
  5. [constructieleer] - Een knik is een ongecontroleerde, plaatselijke scherpe verbuiging (een plastische vervorming) in een rechte of licht gekromde staaf of balk, onder ve...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met knik:
knikkebolknikkeboldeknikkeboldenknikkebollenknikkeboltknikkenknikkerknikkerdeknikkerdenknikkerenknikkernootknikkerpotknikkersknikkertknikkertijdknikspant

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. knik (klei)
  2. knik (neergaande hoofdbeweging)
  3. knik (zak, boterhammenzak)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `knik`.