knagen

werkw.
Uitspraak:  [ˈknaxə(n)]
Vervoegingen:  knaagde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geknaagd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) kleine stukjes van iets afbijten
Voorbeelden:  `Knaagdieren houden hun tanden goed door te knagen op wortels en takken.`,
`Muizen hebben zitten knagen aan broodjes in de supermarkt.`

2) een vervelend gevoel geven
Voorbeeld:  `De onzekerheid blijft knagen aan de werknemers van het noodlijdende bedrijf.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
kauwen knauwen vreten

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] en ow. [gelijkvloeiend] (ik knaagde, heb geknaagd), langzaam knabbelen, afbijten, invreten; de ratten - het hout...
  2. ergens kleine stukjes af bijten vb: de muis heeft aan de kaas geknaagd
  3. •met de tanden aanvreten. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  4. 1) Aanhoudend smart veroorzaken 2) Aanvreten 3) Al knabbelend eten 4) Bijten 5) Geluid van een muis 6) Herhaaldelijk op iets bijten 7) Kauwen 8) Kluiven 9) Knabbelen 10) ...
  5. een aanhoudende onaangename gewaarwording veroorzaken - Jaar van herkomst: 1569 (WNT ) kleine stukjes afbijten - Jaar van herkomst: 1290 (CG II 1 En.Codex )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
knagen (stukjes afbijten)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `knagen` kennen.