de klok

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [klɔk]
Verbuigingen:  klok|ken (meerv.)

1) voorwerp waarop je kunt zien hoe laat het is
Voorbeeld:  `op de klok kijken`
de klok terugdraaien/terugzetten  (naar een vorige toestand teruggaan) `We moeten niet de klok terugdraaien, maar volgens moderne inzichten verder gaan.`
biologische klok  (iets dat je natuurlijke ritme van slapen en wakker zijn regelt) `Als de zomertijd ingaat heb ik de eerste dagen last van mijn biologische klok.`
Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.  (nergens is het beter dan thuis)

2) groot bronzen instrument dat hard klinkt als erop geslagen wordt
Voorbeelden:  `De pastoor luidt de klok.`,
`Voordat de kerkdienst begint, luiden/beieren de klokken.`
aan de grote klok hangen  ((iets) aan iedereen vertellen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bel koekoeksklok pendule uurwerk

Spreekwoorden en zegswijzen
• zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. (=het is nergens zo goed als thuis.)
• weten wat de klok slaat (=weten hoe laat het is)
• iets aan de grote klok hangen (=iets algemeen kenbaar maken)
• hij heeft de klok horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt (=hij weet er wel iets over, maar kent de juiste toedracht niet)
• een stem als een klok (=een luide, duidelijk stem)
Toon alle 11 spreekwoorden die klok bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met klok een ander begrip versterken?
klinken als een klok; stem als een klok; aan de grote klok hangen;

9 definities op Encyclo
  1. gebruikelijke term voor scheepsbel.
  2. apparaat dat de tijd aangeeft vb: het is vijf uur op de klok het klokje van gehoorzaamheid [de tijd waarop je naar bed moet] het klokje rond slapen [twaalf uur slapen] hi...
  3. Apparaat (werkend op kwarts) dat ervoor zorgt dat de verwerkingsfrequentie van een processor gehandhaafd blijft. Zou een processor te snel werken, dan wordt hij te heet, ...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-ken), werktuig bestemd om (door een klepel in het midden) geluid te geven; uurwerk; pendule; staande -; op de - (naar het uurwerk)...
  5. 1) Alarmapparaat 2) Alarmtoestel 3) Bel 4) Deel van een carillon 5) Dashboardinstrument 6) Dier 7) Glazen bedekking 8) Glazen stolp 9) Hank 10) Iets dat de tijd aangeeft ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met klok:
klok afklokgeluiklokhuisklokhuizenklokjeklokjesachtigklokkenklokkenistklokkenistenklokkenluiderklokkenluidersklokkenmakerklokkenspelklokkenspelerklokkenspelersklokkenspellenklokkenstoelklokkentorenklokkentorensklokkijken
Toon alle woorden die beginnen met klok

Deze woorden eindigen op klok:
hangklokkerkklokatoomklokschakelkloktijdklokschaakklokduikerklokmeetklokbuisklokkwartsklokbedeklokavondklokkoekoekskloknoodklok
Toon alle woorden die eindigen op klok

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. klok (grote kegelvormige bel; uurwerk)
  2. klok (tw.; zn. 'slok')


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `klok` kennen.