kleden

werkw.
Uitspraak:  [ˈkledə(n)]
Vervoegingen:  kleedde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekleed (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

kleren aandoen
Voorbeelden:  `zich warm kleden in de winter`,
`smaakvol gekleed gaan`
Synoniem:  aankleden

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandoen aankleden aantrekken uitdossen uitmonsteren zich tooien

5 definities op Encyclo
  1. Zware weefsels die worden gebruikt voor verschillende praktische doeleinden, meestal in de vorm waarin ze van het weefgetouw afkomen. Categorie: Interieurinrichting > bed...
  2. kleren aan het lijf doen vb: kleed je maar netjes aan voor het concert! Synoniem: aankleden Tegenstelling: uitkleden
  3. • (meest: zich ~): met weefsel bedekken, van kleding voorzien •:"zij 'kleedt' zich altijd volgens de laatste mode" (+audio)
  4. 1) Aan het lichaam doen 2) Aandoen 3) Aandossen 4) Aankleden 5) Aantrekken 6) Bedekken 7) Dossen 8) Goed staan 9) Het lichaam bedekken 10) Kledij aandoen 11) Kleding aand...
  5. zie bekleden.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op kleden:
aankledenbaarkledenbekledendekkledeninkledenomkledenuitkledenverkledenontkleden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kleden

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `kleden` kennen.