kastar als dialectwoord
kanjer (Kaprijks)   sloeber (Kaprijks)   Porerings feestbier (Poperings)   durver (Asses)  

1 definitie op Encyclo
  • kerel, rakker - Voorbeeld: ‘Laat de kastar zijn tuimen maar uitwerken, boer, er steekt ras in de kerel!’
Toon uitgebreidere definities

Op andere websites
Zoek kastar in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek kastar op Google
Zoek kastar op Woordenlijst.org
Zoek kastar in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek kastar op Wikipedia