de kapel

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [kaˈpɛl]
Verbuigingen:  kapel|len (meerv.)

1) klein gebouw of ruimte in een kerk voor godsdienstige handelingen
Voorbeelden:  `rouwkapel`,
`doopkapel`

2) kleine groep mensen die muziek maakt, vooral op blaasinstrumenten
Voorbeeld:  `blaaskapel`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
blaaskapel fanfare fanfarekorps harmonie kerk muziekkorps

15 definities op Encyclo
  1. kleine ruimte of apart gebouwtje voor kerkdiensten vb: de mis werd opgedragen in de kapel
  2. kleine, niet-parochiale kerk op begraafplaats met een kruisbeeld, bewening of een heiligenbeeld. Ook wel als onderdeel van een groter kerkgebouw, maar dan voorzien van ee...
  3. Let op: Spelling van 1858 bijkerkje, bedehuis; gesloten volstemmig gezelschap van muzikanten bij eenen vorst; vereeniging van toonkunstenaars, waarvan de opperste kapelme...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-len), vlinder; bidplaats; bedehuisje; afgezonderde bidplaats in eene [inzonderheid] [bij de roomsch-katholieken] ) kerk, (ook) in ...
  5. Kapel is een Joodse jongensnaam. Het betekent `bezetter, vertegenwoordiger`. Extra info: Waar wordt het gebruikt? De naam Kapel wordt voornamelijk gebruikt in Joodse gebi...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kapel:
kapelaankapelaanskapellenkapelmeesterkapelmeesters

Deze woorden eindigen op kapel:
dakkapel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. kapel (bedehuis)
  2. kapel (essayeursschaaltje, cupel)
  3. kapel (vlinder)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `kapel`.