jagen

werkw.
Uitspraak:  [ˈjaxə(n)]
Vervoegingen:  jaagde, joeg (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gejaagd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (dieren) proberen te vangen of (iets of iemand) proberen te verwerven
Voorbeelden:  `jagen op konijnen`,
`jagen op de klanten van een concurrerende bank`
Synoniem:  jacht maken op

2) dwingen te gaan in de richting van
Voorbeelden:  `Hij jaagt de kat de tuin uit.`,
`iemand de dood in jagen`
iemand op kosten jagen  (veroorzaken dat iemand veel geld moet uitgeven) `De verbouwing van zijn huis heeft hem wel op kosten gejaagd.`

3)
erdoor jagen  ((geld) snel opmaken) `Hij heeft in een maand de hele erfenis erdoor gejaagd.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanpoten haast maken haasten ijlen jacht jachten jakkeren najagen opschieten overhaasten razen reppen snellen spoeden vliegen voortmaken zich haasten zich spoeden

Spreekwoorden en zegswijzen
• over de kling jagen (=iemand doden)
• op zijn achterste zolder jagen (=beledigen, bang maken)
• iemand tegen zich in het harnas jagen (=iemand door de eigen toedoen boos maken)
• iemand in het harnas jagen (=iemand uitdagen, tot vijand maken)
• iemand de stuipen op het lijf jagen (=iemand erg laten schrikken en/of bang maken)
Toon alle 10 spreekwoorden die jagen bevatten

12 definities op Encyclo
  1. wild vervolgen Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
  2. jachtsport; jacht (jagen) Ruimere term: bos- en natuuractiviteiten Categorie: Lichamelijke Activiteiten > bos- en natuuractiviteiten.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] en [gelijkvloeiend] (ik joeg of jaagde, heb gejaagd), doen vlieden, - voortgaan; vooruit drij...
  4. Het voorttrekken van schepen (trekschuiten) aan een lange lijn langs de vaart over het jaagpad. Zie het uitgebreide verhaal onder schippejaag'n.
  5. dieren achternazitten om ze te vangen of te doden vb: ze joegen op wilde eenden ze dwingen een bepaalde kant op de gaan vb: de boer joeg de koeien de schuur in snel gaan,...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op jagen:
donderjagenopjagenverjagenscheepsjagenwegjagennajagenaanjagen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
jagen (achtervolgen om buit te maken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `jagen` kennen.